Wind terug (ja, het is tegen) in plaats van wind mee

Ik had nog een aantal kilometers te gaan. Links kon ik niet verder kijken dan de weilanden, rechts niet verder dan een hoge dijk met een weg. Maar eigenlijk keek ik alleen naar de witte strepen op de weg, de snel naar beneden vallende druppels en mijn eigen haar, dat overigens voor de zoveelste keer met een klets tegen mijn gezicht aankwam. Ik baande mij een weg door de regen, hard fietsend maar stiekem met een glimlach op mijn gezicht. Ik had wind mee. Wind mee. Ik probeerde het me te beseffen hoe fijn dat was. Door de regendruppels en de lokken haar voor mijn ogen heen. Ik besefte me hoe bewust ik me van dat moment was. Bewust van mijn benen die snel op en neer bewogen. Bewust van mijn warrige haarlokken. Bewust van de geluiden om me heen. Bewust van de koude regen die door mijn zachte stoffen handschoenen kwam. Het regende, maar wat was dit heerlijk. Ik had wind mee.

Zo op de fiets besefte ik mij iets heel belangrijks. Ik ontdekte dat ik negatieve dingen veel groter uitmeet (veel zwaarder mee laat tellen voor mijn schaal van gelukkig zijn en lekker voelen) dan positieve dingen. Bij negatieve dingen lijk ik veel vaker, langer, zwaarder en dieper stil te staan dan bij positieve dingen. Positieve dingen gaan sneller en meer aan mij voorbij, ook al probeer ik nog zo krampachtig van niet. Van positieve dingen lijk ik me soms niet te beseffen hóe positief en fijn ze zijn. Ik schrijf de mooiste blogposts over hoe gelukkig ik op een bepaald moment ben, hartstikke goed. Nu nog leren dat ook gewoon in het echte leven, op iedere mooi moment te kunnen doen. Zonder er teveel over na te hoeven denken. Ik besefte me dat ik het veel erger kan vinden dat ik wind tegen heb dan dat ik het fijn kan vinden dat ik wind mee heb. Snap je hem? Vroeger zei ik trouwens wind 'terug' hebben, vet lief! Best logisch ook, toch? Maar dat besefte ik me dus. En ik besefte dat ik dat met veel meer dingen doe.

Dus probeerde ik op de fiets te genieten van het feit dat ik mee wind had. Ik probeerde net zoveel te genieten van het feit dat ik meewind had als de mate waarin ik zou balen als ik tegenwind had. Ik heb het geprobeerd, maar het was moeilijk. Echt heel moeilijk. Veel moeilijker dan dat ik dacht. Ik ga het echt oefenen. Oefenen totdat ik er bij neer val. Oh wat ben ik blij dat mijn vingers het doen. Stom hè? Dat je niet evenveel kunt genieten van het feit dat je vingers er allemaal aanzitten als dat je het erg zou vinden als je je vingers kwijt zou zijn? Dan heb je ook eigenlijk veel te veel om over na te denken. Want ja, ik heb ook mijn voeten (nog), dus daar moet ik eigenlijk ook heel blij mee zijn. Ach ja, om nog even terug te komen op dat fietstochtje. Achteraf was het fietstochtje helemaal niet zo erg, ondanks de regen, maar daar had ik nu eigenlijk niet echt op gelet. Ik probeerde het positieve ervan in te zien en dat was eigenlijk wel fijn. Waar ik trouwens vandaan kwam? Mogen jullie drie keer raden.

Reageer op dit artikel | Geschreven door Chantal Goenee

Een reactie posten